Mevrouw Goldberg-van Zanten

Posted on 2 september 2012

23



Aanleiding.

Zomaar een vrijdag. De boot is aardig vol. Nog één plekje met (zoals Rederij Doeksen het noemt) een laptopaansluiting. Volgens mij is dat gewoon een stopcontact, maar dat terzijde. Prettig moment om een blog te schrijven. Ik heb een aantal onderwerpen in m’n Iphone staan. Inspiratie genoeg.

Jongeman.

“Dag jongeman, is deze stoel vrij?” Jongeman! Mijn dag kan niet meer stuk (bouwjaar 1960). “Jazeker, neemt u plaats mevrouw”. Een bejaarde dame, stijlvol en rijzig, zo’n vrouw bij wie je onwillekeurig denkt dat ze vroeger heel knap is geweest, neemt plaats tegenover me. “U zult geen last van me hebben hoor, werk maar rustig door”. En dat doe ik. Maar als er iemand bij je aan tafel komt zitten maak je toch een praatje?

Troosteiland.

“Gaat u een paar dagen op vakantie of op familiebezoek?”, open ik het gesprek. “Ik ga een weekje, tja, … noem het vakantie”. En dat antwoord intrigeert mij. Het werd stil. Ze staarde voor zich uit. “Het is de laatste keer dat ik naar Terschelling ga, mijn troosteiland”. Troosteiland. Die term zal nooit in aanmerking komen als slogan voor de VVV.

Kamperen.

“Met ons gezin kampeerden we altijd op Terschelling. De kinderen en ik bleven 6 weken, mijn man ging na 3 weken weer aan het werk en kwam in de weekends terug. Heerlijke zomers hebben we hier gehad. Er was geen discussie mogelijk: elke zomer gingen we naar Terschelling. Toen de kinderen de deur uit waren gingen Jaap en ik 5 à 6 keer per jaar. We zaten altijd in een appartement op West, heerlijk! De kinderen gaan met hun gezinnen trouwens nog steeds vaak naar hún eiland.”

Reddingsboot.

“Twee jaar geleden zaten we een weekend in ons appartement. Tijdens het ontbijt deed mijn man ineens vreemd, zakte onderuit en maakte rare geluiden. Ik heb 112 gebeld, reddingsboot naar Harlingen, hersenbloeding. Hij is 2 maanden later overleden. Z’n as is uitgestrooid op het Groene Strand. Hebben we stiekum gedaan. Hij is naar Herma toegewaaid, háár urn is daar 2 jaar eerder geleegd”.

Herma.

“Herma was onze oudste: ze had darmkanker. Haar laatste wens was om nog één keer naar haar geliefde eiland te gaan. Wat heeft ze genoten! We hebben met onze kinderen, zonder aanhang, 4 dagen het oude vakantiegevoel opgeroepen. Wandelen van Formerum naar Hoorn, schelpen zoeken, eten in De Drie Grapen, midgetgolfen in Formerum. Een week later gaf ze het op. Het was goed, ze was op Terschelling geweest”.

Groene Strand.

“Ik ga wel eens een dagje heen-en-weer. Naar mijn troosteiland. Even naar het Groene Strand. Ben ik dicht bij ze. Fijn. Soms gaat m’n kleindochter mee. Zij heeft de hartewens om zich ooit als huisarts op het eiland te vestigen.”

Troost.

“Maar”, durf ik nu wel te vragen, “wat bedoelde u met uw opmerking over de laatste keer?”. Ze antwoordde: “Ik heb niet lang meer, dezelfde ziekte als Herma, maar ik wil nog één keer mijn eiland zien, afscheid nemen. Dan is het goed. Dan is het klaar. Ik wil dat alleen doen. De cirkel is rond. Want weet je, jongeman, en dít heb ik nog nooit aan iemand verteld: Herma is op Terschelling verwekt.” 

Haar ogen glinsterden.