Dit eiland

Posted on 1 januari 2016

10



Terschelling. Net op tijd de boot gehaald. Aan boord van de Tiger zijn bijna geen stoelen meer vrij.

Er zit een onberispelijk vierkoppig-gezin aan een zespersoons raamtafel. Om te voorkomen dat iemand de resterende twee stoelen bezet zijn deze vakkundig gebarricadeerd met tassen en jassen. De Doeksen-stewardess maakt duidelijk dat dit niet de bedoeling is.

Zwijgmokkend wordt de bagage verwijderd en, vriendelijk als wij zijn, schuchteren wij een groet terwijl we plaatsnemen. Deze wordt niet beantwoord. Moeder, naast mij, schuift haar elleboog iets verder over de tussenliggende armleuning. Haar domein.

De trossen worden losgegooid. Naast ons zien we de vrachtboot, geladen met een aantal trucks, aanmeren. ‘Kijk dat nou!’ zegt de hoogblonde veeltestrakkepaardestaart-moeder. ‘Vrachtauto’s? Wat moeten ze daar nou mee op zo’n eilandje?’ Vader strekt intussen Dubarry-gelaardse benen uit tot onder mijn stoel. De afbakening is compleet.

Het welkomstpraatje van de stewardess eindigt met: ‘tijdens de overtocht dient u zoveel mogelijk op uw plaatsen te blijven zitten’. Zoon Roderick concludeert: ‘Aha! ‘Zoveel mogelijk’ zegt ze! We mógen dus wel rondlopen als we dat willen!’

De zonnebrilophethoofd-vader beaamt deze conclusie. Zoonlief voegt de daad bij het woord en begeeft zich, ons intussen op de tenen trappend, naar het gangpad.

De Tiger gaat langzamer varen. ‘Wat is dit? Het is toch een snelboot?’, roept de vader des huizes. Ik open mijn mond om hem te wijzen op een naderend schip en het feit dat we tijdens eb in een nauwe slenk varen. Een subtiel schopje tegen mijn scheenbeen (mijn partner kent mijn sociale inborst) voorkomt deze educatieve oprisping.

De stamhouder is teruggekeerd. Hij beklaagt zich over een reprimande van de stewardess die hem wees op het loopverbod. De ouders geven hem omstandig gelijk. Waar bemoeit dat mens zich mee? Stomme boot! En die twee dagen Terschelling vielen ook al tegen!

Het hipzwart bebrilde dochtertje verkondigt vervolgens dat ze het stom vindt dat er geen winkeltje aan boord is en dat deze overtocht nét zo vervelend is als de heenreis. ‘Ja Charlotte, stom! En in dat saaie Landal-park was óók al geen winkel!’, voegt haar broer er aan toe.

Mams Claire trekt haar ultrahoge bruine ruiterlaarzen nog even iets verder over haar haar spierwitte broek en vraagt zich mokkend af: ‘Waarom zijn we niet helemaal vooraan gaan zitten? Daar zijn allemaal ramen!’ Vader trekt geïrriteerd z’n schouders op.

Intussen heeft dochterlief op haar trendy Uggs een rondje over de Tiger gemaakt. Ook zij is door de streng-doch-rechtvaardige stewardess teruggefloten. Verbaasd over zoveel onrecht trekt het gezin zich terug in hun cocon.

Stipt vijf uur veert vader verontwaardigd op: ‘Drie kwartier varen! We zouden er al moeten zijn’. Beamend knikt zijn achterban hem toe.

Enkele minuten later varen we de haven binnen. De stewardess meldt dat de passagiers, vanwege mogelijke onverwachte bewegingen van het schip, moeten blijven zitten tot het is afgemeerd. ‘Belachelijk!’, meesmuilt Claire. ‘Zwaar overdreven!’, voegt Pa er aan toe.

Opgejaagd pakt het model-gezin hun, met grote Polo-en Gaastra-logo’s versierde, glimmende gecapitonneerde donsjassen. Ze moeten echter nog even wachten. Uit pure dwarsigheid blijven wij namelijk treiterend lang zitten.

In de parkeergarage zien we ze wegrijden in hun glimmende metallic-grijze BMW-SUV-tank. Opgelucht. Eindelijk terug naar de beschaving.

-*-

En ineens moet ik denken aan ‘Dit eiland’ van J.J. Slauerhoff.

‘Oovral op aarde heerscht orde,

Men late mijn eiland met rust;

’t Blijft woest, zal niet anders worden

Zoolang ik kampeer op zijn kust.’

Slauerhoff_achterna_75576a

 

 

 

 

 

 

-*-

(De strandfoto is van Jurgen Gross. Dank vriend!)