Recensie: Chez BROOD

Posted on 29 februari 2016

0



Voor GrootSneek schrijf ik recensies over voorstellingen die te zien zijn in Theater Sneek.

Chez BROOD – Theater Sneek – 27 februari 2016.

 Augustus 1978 12 uur ‘s middags. Herman Brood and his Wild Romance spelen, live uitgezonden door VARA’s Lijn Drie (Alfred Lagarde), de Leeuwarder Prinsentuin plat. Uw toegewijde recensent (toen 18) spijbelde, als groot Brood-fan, om hier bij aanwezig te zijn. Mijn hele klas, ik denk zelfs de hele school, deed hetzelfde.

Een zaterdagavond in februari 2016. Chez BROOD, de voorstelling over het leven van Herman, staat in Theater Sneek. Jan Rot, muzikaal leider van de gelegenheids Wild Romance, spreekt vóór de voorstelling vanachter het gordijn het publiek toe: geen foto’s tot het laatste nummer, mobiele telefoons uit.

Groter kan het contrast niet zijn. Met het leven nog voor de boeg, mobieltjes bestonden nog niet, zaten we destijds letterlijk op de rand van het podium. Aan de voeten van gitarist Danny Lademacher gingen we uit ons dak met Saturday Night, Rock ’n Roll Junkie, Still believe en andere hits.

De Chez BROOD-versie van de Bombita’s, achtergrondzangeressen van de Romance, waren in Sneek ook van de partij (Rosa Reuten en Anne Lamsvelt die tevens de rollen van Xandra en moeder Brood spelen). Samen met de band staan ze op een verrijdbaar podium. Onderdeel van een jaren tachtig-decor: obscuur, verlopen, donker. De sfeer wordt bepaald door een doodskist die in de eerste scene letterlijk uit de lucht komt vallen.R-2224069-1450703271-4252.jpeg

Januari 1974. De legendarische Cuby & the Blizzards nemen hun afscheidsconcert op in het (ook al!) VARA-programma Nederpopzien. Brood, beneveld door drank en drugs, dé reden voor zijn ontslag als Blizzard, speelt op piano een glansrol in de beste Cuby-opname ooit: ‘Somebody will know someday’. De start van mijn Brood-liefde.

De voorstelling Chez BROOD bestaat uit zijn hits (én de Cuby-klassieker Window of my eyes): strak gespeeld door de vierkoppige band, afgewisseld door anekdotes en sfeertekeningen. Het script komt uit de koker van Brood-kenner en vriend Bart Chabot. Zijn personage wordt in de voorstelling, op zijn bekende wijze, gespeeld door Owen Schumacher. Samen met Jules Deelder (Tibor Lukács) vormt hun Koefnoen-achtige invloed een welkome aanvulling.

Brood wordt treffend neergezet door Stefan Rokebrand. Hij pakt de realiteit van de rockster: grappig maar ook onzeker, energiek maar ook aftakelend, neurotisch en beneveld. De schizofrenie van een genie. Maar ook met de Brood-motoriek, maniertjes, zwarte haardos en typische wijze van praten en zingen.

Boven ons bHerman wil wel met Karinureau hangt een Brood-krabbel, ‘Herman Brood wil wel met Karin’. Voor de dame tegenover me opgeschreven na een schoolconcert in 1985. Ook dat was Brood. Die kant van hem en de wijze waarop echtgenote Xandra daarmee omging wordt belicht in Chez BROOD. Maar ook de ontwikkeling van z’n verslaving, de relatie met z’n moeder, de weg naar de suïcide en twijfel daarover (‘zal ik van het Okura-hotel of het Hilton afspringen?’) vormen de rode draden. De voorstelling gunt ons een blik in het leven en het dagelijks ‘functioneren’ van Nederlands grootste rockpersoonlijkheid.

Herman Brood zei ooit; ‘als je er niet meer bent gaat het leven gewoon door’. Vijftien jaar na zijn sprong van het Hilton blijkt de waarheid van deze woorden. Chez BROOD is een prima theaterstuk waarin de persoonlijkheid van Brood en zijn leven treffend wordt neergezet. Oudere jongeren, ik zag zelfs een Wild Romance t-shirt, bevolkten Theater Sneek voor een ‘trip down memory lane’. Ze zochten en vonden het gevoel van weleer.

Na de voorstelling was de sfeer in de foyer zoals altijd gezellig. De alcoholdampen, wietgeur en injectiespuiten zijn anno 2016 vervangen door de geur van de gehaktballetjes die de gastvrije Theater-vrijwilligers aan de bezoekers presenteren.

Herman had gelijk, het leven gaat door.

 

 

 

 

 

 

Posted in: Recensies