Karin Bloemen schittert

Posted on 8 mei 2015

0



Theater Sneek – 4 juni  2014 –  De Witte Nar,  Karin Bloemen.

Niemand minder dan Karin Bloemen sloot dit seizoen af met “De Witte Nar”, een veelbelovende voorstelling waar vooraf veel over geschreven werd. We gaan er, deze laatste theateravond van dit seizoen, maar eens goed voor zitten!

“De Witte Nar” bestaat uit een mix van liedjes (Nederlands, Engels, intieme luisterliedjes en uitbundige nummers), verhaaltjes en conferences. Dit alles begeleid door een fantastische vierkoppige band: die ongelooflijk “los” ging in het titelnummer “de Nar” (Robbie Williams’ “Let me entertain you”) maar ook hun gevoelige kant toonde in het prachtige “the Same” (op muziek van Karin’s echtgenoot en regisseur van de show Marnix Busstra).

Het licht wordt vaak zijdelings genoemd. In deze voorstelling was dit aspect meesterlijk verzorgd. Vooral in Amy Winehouse’ s “Back to black”, het tweede nummer van de show, aanschouwen we het vakmansschap van lichtman Remko Luijten. De volgspots en het andere licht “glijden” heel subtiel vanaf de band richting Karin en zetten haar prachtig in de spotlights.

Terug naar “la Bloemen”! Het hilarische sprookje van een Koningin met drie zoons, genaamd Geer, Goor en Guur vormt de eerste rode draad in de show. De koningin kan niet lachen. Wie het lukt om haar aan het lachen te krijgen, mag de troon bestijgen. De imitaties van Geer en Goor en van andere bekende Nederlanders zijn niet van de lucht: Roy Donders, Mart Smeets, Youp van het Hek (“een klein dik mannetje met een brilletje en bretels”) en Louis van Gaal passeren de revue. De laatsten belanden overigens allen in de kerker: de koningin lacht immers nog steeds niet!

De andere rode draad is die van het euthanasiecentrum voor artiesten. Karin kondigt aan dat ze de CD “Alle 13 dood” wil maken met nummers van overleden artiesten. Om hun dood, vanwege commerciële belangen, te versnellen, sticht ze een euthanasiecentrum. Ze maakt een muzikale rondgang langs de graven van overleden artiesten, één van de grappigste scenes van de show. De medley met fragmenten van bekende liedjes van deze artiesten is hilarisch, knap en scherp, de doden worden niet ontzien! Ze laat de zaal zelfs: “We zullen doodgaan” (op Shaffy’s “We zullen doorgaan”) zingen!

In 2044 zit ze zelf in dit euthanasiecentrum. Met kolderieke omschrijvingen, rake typeringen, prima imitaties en de nodige zelfspot worden haar medebewoners neergezet.

In haar ingetogen nummers komen haar capaciteiten fenomenaal uit de verf. Het prachtige “Amsterdam is dood”, over een stad in verandering: “Amsterdam, waar zijn je hoeren? Waar ben je je kloten kwijtgeraakt?” vormde het muzikale hoogtepunt van de avond.

Maar ook “Je wist natuurlijk” (tekst: Jan Boerstoel die ook het overbekende “Geen kind meer” voor Karin Bloemen schreef) over een moeder die haar kinderen uit het huis zag vertrekken vertederde.

Het andere uiterste is dat Karin Bloemen laveloos op een Fatboy-kussen ligt. Ze valt eraf, krioelt er over- en omheen, fantaseert en zingt (heel knap!) gedoseerd vals. Deze scène mondt uit in het prachtige “Soon as I get home”, liggend, met haar hoofd ondersteboven op de zaal gericht, gezongen.

Juist dát is het knappe van “la Bloemen”: hoe ze de zaal meeneemt van de ene sfeer naar de andere: van dronkenlap naar verteller, van bejaarde naar chanteuse.

Wie de koning wordt? Geer en Goor natuurlijk! Zij laten hun moeder lachen. Hun koningschap blijkt overigens geen succes: het rijk belandt in een burgeroorlog…

Met deze voorstelling bewijst Karin Bloemen dat ze onze échte diva is. Ze vertedert, ontroert, zoekt het randje, is grappig, speelt met het publiek (Doede en Frans , op de eerste rij, waren haar “slachtoffers”) en amuseert. Een diva om voor terug te komen.

Posted in: Recensies