Het lot van Dorrestein

Posted on 8 mei 2015

0



Theater Sneek – 13 februari 2015 – ‘Goeie genade’, Hans Dorrestein.

De meest pessimistische aller cabaretiers. Als je zijn teksten mag geloven is hij compleet mislukt in de liefde, in het hele leven eigenlijk. Dorrestein is Dorrestein. Dat zal nooit meer veranderen. Het belooft een vrolijke avond te worden…

Met zijn ‘best of ‘-programma ‘Goeie genade’ stipt hij de hoogtepunten uit zijn gigantische oeuvre aan en deelt hij zijn bespiegelingen over ouder worden (‘je bent bejaard als je hete bliksem alleen nog maar met stamppot associeert’), de liefde, de natuur en zijn eigen onvolkomenheden met zijn publiek. De subtitel van de voorstelling luidt niet voor niets ‘Hans Dorrestijn leest en kraakzingt voor uit eigen voornamelijk oud werk.

Op z’n Dorresteins: zwartgallig, vindingrijk, relativerend, deprimerend grappig, onderkoeld en vol zelfspot met als doel ‘dat het publiek zijn eigen ellende vergeet.’ En dat alles ogenschijnlijk onverschillig gepresenteerd.

Hij zingt terwijl hij zichzelf begeleidt op de piano maar is geen geboren zanger, noch pianist. Zijn presentatie is tenenkrommend klungelig, statisch en hij verspreekt zich regelmatig. Teksten en muziek leest hij vanaf een enorme stapel A4-tjes hoewel hij wel foutloos, in het donker, een lang Lucebert-gedicht declameert. Hij kijkt nog steeds in een staat van opperste verbazing de wereld in en schiet soms in de lach om z’n eigen grappen. Zo’n avond.

Maar de man, 74 inmiddels, is onwaarschijnlijk traaggrappig (kandidaat voor hét woord van het jaar 2015). Hoewel: schijn bedriegt, (woord)-grappen, diep -en minder diepgaande teksten vliegen om je oren. Alertheid is geboden. ‘Mijn stiefvader, oom Stefan, was altijd boos op me: als ik het licht in de schuur liet branden maar ook als ik niet uit deed (…)’.

De voorstelling, die opgedeeld is in Dorresteinse blokken: verleden, natuur, liefde en dat soort universele thema’s, is opgehangen aan zijn onnavolgbare liedteksten. Zoals:

‘De polder van Eemnes’ (‘De aarde is een etterend abces maar dat is allemaal begonnen bij de polder van Eemnes‘), ‘Eendjes voeren’ (‘Mammie had geen oog voor mij. Terwijl ik naar het bankje holde maakte mams haar handen vrij’), het haatlied op Ede (‘De domheid schreeuwt er van de daken‘), ‘Vrouw met een hond’ (’Nooit nooit nooit neem ik een vrouw, neem ik een vrouw, neem ik een vrouw met een hond’) en over de Bennekomse schilder Dick Ket (‘De nagels lang, wat dik en krom: de van Gogh van Bennekom’).

Een vermakelijke avond: van verbazing tot onbedaarlijke lach, van meelij tot herkenning en van meezingen tot gepaste stilte.

Hans Dorrestein mag blijven.

Posted in: Recensies