Rondje van mij!

Posted on 15 november 2012

3



Aanleiding.

In ons toenmalige bedrijf, Hotel Nap op Terschelling, heb ik late dienst. Een paar hotelgasten, waaronder de zoon van Mevrouw Goldberg van Zanten, borrelen aan de stamtafel.

Ik schuif ook even aan. Het is herfst, beetje druilerig. De novemberwind waait rond de Brandaris.

Typisch het gevoel waarvoor de mensen in dit jaargetijde naar het eiland komen.

Gast aan tafel.

Arjen komt binnen. Hij is net terug van een reis en heeft in duidelijk zonniger oorden vertoefd. Zes weken op, zes weken af, zoals zoveel eilander zeelui. Bruinverbrand en vol verhalen, even bijkletsen. “Borrel?

Voor de badgasten is het interessant dat er een echte zeeman aanschuift. Arjen vertelt honderduit, ze hangen aan z’n lippen.

Hoe meer zielen…

De deur zwaait open. Een enigszins aristocratisch uitziende man van middelbare leeftijd komt binnen. “Gelukkig! Hier brandt de kachel!”. Hij bekijkt het tafereel. “Kan ik hier nog een borrel drinken?”, vraagt hij vriendelijk.

Aangezien dat hetgeen is waarvan een horeca-ondernemer leeft kan ik daar niet anders dan bevestigend op antwoorden. “Natuurlijk, kom erbij, hier is nog een stoel vrij!”

Sfeer.

Qua welbespraaktheid kan onze nieuwe tafelgenoot wedijveren met Arjen. Hij beweert ondernemer te zijn en meerdere bedrijven te bezitten. Zegt het erg druk te hebben gehad en is op Terschelling om even bij te komen en zich op te laden voor nieuwe projecten.

Wat hij precies doet wordt mij niet helemaal duidelijk.

Laatste ronde.

“Nog maar een borrel” Dit is al zijn vierde rondje, royaal type! “En doe er ook een schaal bitterballen bij!”.

Het wordt steeds gezelliger. De hotelgasten hebben de avond van hun leven, hiervoor komen ze naar Terschelling.

Rond 1.30 uur vind ik het hoog tijd worden om de zitting op te heffen. “Het laatste rondje is van mij”. Iedereen de laatste consumptie en de hotelgasten taaien af. “Welterusten en bedankt voor de fijne avond!”

Boter bij de vis.

“Gaan jullie echt sluiten of zullen we met z’n drieën nog één afzakkertje nemen?”, vraagt meneer X. “Dat is dan wel de allerlaatste!”, antwoord ik.

We kletsen nog even na waarna ik de rekening van onze nieuwe vriend opmaak. Ik geef hem de kassabon. “Oh, wat stom!”, schrikt hij. “Ik heb geen geld bij me!”.

Verbaasd kijk ik hem aan. “Ik kom morgen wel even betalen, goed?”, stelt hij voor. “Ja maar”, zeg ik, “je stapt toch niet een wildvreemde zaak binnen, zonder geld, en geeft rondje na rondje?”.

Morgen.

Arjen begint zich ermee te bemoeien. Ik kan je verzekeren dat het er daardoor niet gezelliger op wordt voor onze nieuwe gast.

Hij wordt een beetje minder zeker van z’n zaak. Ontwijkt de vragen waar hij logeert en hoe wij zeker kunnen weten dat hij de volgende dag komt betalen.

“Bel de politie maar! Laat ze mij maar komen halen!”. 

Kwartje.

Dan valt het kwartje. Eerst bij Arjen, toen bij mij. “Je bent er gewoon op uit om door de politie gehaald te worden, dan heb je een slaapplek!”, briest Arjen. Ik moet hem in bedwang houden want hij wordt, met zijn rijzige gestalte, nu wel een beetje dreigend voor onze nieuwe “vriend”.

Ik weet dat ik als horeca-ondernemer niet zomaar alles kan doen, zoals eigen rechter spelen, dus probeer het netjes op te lossen.

Deal.

Ik besluit het op een deal te gooien. “U komt dus morgen betalen, prima, maar wat kunt u achterlaten als onderpand? Een telefoon, sieraden, een horloge of iets anders?”.

Niets van dat alles. Inmiddels ontploft Arjen bijna. Vertelt in niet mis te verstane bewoordingen wat hij van deze praktijken vindt.

Borg.

“In dat geval”, vervolg ik, “laat u uw waxjas en uw Paul&Shark-trui hier achter”. Iets anders van waarde kan ik niet ontdekken.

Hij staat er beteuterd bij in z’n T-shirt. “Bel de politie gewoon man!”, herhaalt hij.

Arjen briest: “dat zou je wel willen! Jij hebt duidelijk vaker met dit bijltje gehakt, vuile oplichter! Je laat je schoenen hier ook achter!”

Schoenen.

Dreigend loopt hij op de man af die geen keus heeft en z’n schoenen (van een duur nautisch merk) ook maar uit doet.

“En nu wegwezen!”, roept Arjen, alsof hij de uitbater van het bedrijf is. Ik proest het inmiddels uit van het lachen. Met Arjen om hem heen springend en scheldend: “crimineel, maak dat je wegkomt!”, verlaat hij, op sokken, het pand.

De regenachtige, koude herfstnacht in.

Politie.

Voor de zekerheid heb ik direct de politie even gebeld om hun op de hoogte te stellen van het voorval. Je weet maar nooit met wat voor verhaal (bedreiging of oplichting) dit soort figuren later op de proppen komen.

Ik krijg de agent aan de lijn die zich ook met het voorval van Jelle heeft bemoeit. Gelukkig ziet hij er de lol van in.

Rederij Doeksen.

De volgende middag hoor ik dat ’s ochtends een oudere grijze man een paar teenslippers uit een bak bij een kledingwinkel heeft gestolen.

Ook hoor ik dat er een onverzorgd uitziend persoon zonder kaartje de 12.30 uur boot op probeerde te komen.

Hij wekte de aandacht van het Doeksen-personeel omdat hij in de stromende regen in een T-shirt, op teenslippers, aan kwam lopen…

-*-

Dit is toch het risico waar Fred Teeven op doelt?