De veerbootoorlog, het boek.

Posted on 29 mei 2012

7



Aanleiding.

Onlangs verscheen het boek “de Veerbootoorlog” van Marcel Metze. Het boek kreeg als subtitel “kroniek van een uitgelokt conflict” hetgeen tevens de conclusie is van het onderzoek.

Reputatie.

Metze, gerespecteerd onderzoeksjournalist die eerder publiceerde over Philips, Rijkswaterstaat, het poldermodel, de kracht van het netwerken, opkomst en ondergang van het CDA en vele andere onderwerpen, is gedegen te werk gegaan.

Inhoud.

Het boek leest als een verslag van een parlementair onderzoek. De terminologie, methodiek, formuleringen en wijze van benadering zijn, voor ons als belanghebbenden, verfrissend.

Maar aan de andere kant is het ook net alsof het gaat over een willekeurige kwestie die vanuit politieke overwegingen onderzocht moet worden. Hierdoor onstaat een afstandelijkheid die vreemd aanvoelt voor ons als eilanders.

Eiland.

Maar dat is niet erg. De discussie op het eiland is veelal te veel vermengd met emoties.

Persoonlijke vetes worden uitgevochten via deze kwestie, wonden uit het verleden opengereten en intriges en verborgen agenda’s zijn soms uitgangspunt van de meningsbepaling. Inhoudelijk soms niet al te sterk, veelal een herhaling van zetten, maar desondanks niet minder interessant.

Perspectief.

Het bovenstaande geldt niet voor het boek. Het is een analyse op politiek en ambtelijk niveau. Op zich is dat prima en misschien ook wel nodig. En vanuit dat perspectief degelijk en doorwrocht gepresenteerd. Vakmanschap.

Maar toch.

Ik twijfel niet aan de integriteit van de schrijver en zijn objectieve invalshoek. Maar het feit dat Metze het onderzoek in opdracht van één van de betrokken partijen (EVT) heeft uitgevoerd creëert bij voorbaat al scepsis.

Daarnaast heeft de andere sleutel-partij (Doeksen) alle medewerking geweigerd. Logisch: de auteur handelt in opdracht van hun concurrent. Na publicatie van het boek heeft Doeksen overigens wel gereageerd via het Doeksen-blog.

Dus.

Deze twee feiten hadden de schrijver ertoe moeten bewegen een andere invalshoek te kiezen. Hij had, toen Doeksen alle medewerking weigerde (hetgeen te verwachten was), de opdracht terug moeten geven. Voor eigen rekening en risico moeten gaan werken om op die wijze Doeksen wellicht toch over de streep kunnen trekken.

Nu blijft er een EVT-stempel op kleven en dat maakt het boek, hoe integer geschreven ook door een gerenommeerd journalist, toch wel een beetje tot een gemiste kans.

Een oorlog heeft alleen maar verliezers.

Het is 2040.

“Opa, waarom wonen er geen mensen meer op Terschelling?”

Opa antwoordt: “Een jaar of 30 geleden was er felle concurrentie tussen twee rederijen. Door juridische kosten, meer aandacht voor elkaar dan voor de klanten, dwarsliggerij over wie in de winter moest gaan varen, rampzalig rijksbeleid, onduidelijkheid over dienstregelingen, irritatie bij de badgasten die daarom naar andere eilanden trokken en andere ellende stierf het toerisme een zachte dood.  

Toen hadden de bewoners geen inkomen meer en vertrokken ze naar de wal.”

Het was even stil. “Was het fijn om daar te wonen Opa?” Opa slikt even: “Prachtig jongen, de mensen waren trots op hun eiland. Ze hadden zelfs een eigen vlag en volkslied.”

O, Schylge myn lantse, hwat hab ik dy jeaf. Al hwa dy net priizet, dy fynt my toch deaf.

-*-

-*-

-*-

-*-

Nagekomen:

Ter illustratie van laatste alinea’s het volgende knipsel (ingezonden stuk van Wouter van Dieren) uit weekblad “de Terschellinger” van 1 juni 2012.

“O Terschelling let op uw saeck!”

(Vrij naar Valerius)