Kamer 14.

Posted on 14 mei 2012

4



Silke.

Voor Silke draaien mannen zich om. Mysterieus, mooi, tijdloos. Maar ook onbereikbaar, intrigerend, niet-alledaags.

Ingetogen schoonheid noemen ze dat toch?

Kamer 14.

Silke heeft altijd kamer 14. Ze komt uit Krefeld. Vaak is ze met haar ouders. Hun kamer is nummer 26, op de begane grond. Want Pa loopt moeilijk. Resultaat van het “misverstand tussen de toenmalige Duitse en Nederlandse regering” (Jiskefet).

Deze keer is ze alleen.

In de war.

Ze is wel eens in de war. We houden haar daarom in de gaten. De kamermeisjes ontdekken soms vreemde dingen op haar kamer. Kaarsen, gesmolten beeldjes, mysterieuze briefjes, chaos, alle dekbedden en kussens op een stapel in de hoek, een verbrand dagboek in het bad en andere apartigheden.

Maarja: Silke is Silke.

Paal 8.

Silke is nog niet terug in het hotel. Maar het is al laat, een uur of 2 ’s nachts. Vreemd.

Ze wandelt wel vaker hele einden. Haar autootje stond vanmiddag nog op het parkeerterrein van het strand bij Paal8, hoorde ik.

Ik wil toch nog even naar het strand met de jeep, ga even kijken.

Müde.

Daar staat haar auto. Ik rij het strand op. Ze loopt, blootvoets, langs de waterlijn. ” Silke, was machst du?” Ze kijkt me aan met vreemde ogen “Ich bin so müde“. Vind je het gek na zo’n wandeling? Mijn 4WD is warm, stap je in?

In het hotel nog een borrel en daarna slapen.

Blij.

De volgende dag is ze opvallend opgewekt. Ze gaat fietsen, naar Oosterend. Lunch bij Flang, vaste prik op haar laatste Terschelling-vakantie-dag.

Roodverbrand komt ze tegen de avond terug. Ze heeft een heerlijke tocht gehad.

Nog even een hapje eten en dan vroeg naar bed, morgen een lange reis.

Afscheid.

Silke vertrekt. “Tot de Kerst! Dan kom ik weer met m’n ouders!”. Zo is de traditie. Zo gaat het al jaren.

Na haar vertrek ontdekken de kamermeisjes allerlei spullen op haar kamer: een schrift, de kleding die ze droeg op die avond aan het strand, medicijnen.

”Ruim maar even op, bewaren we tot december”.

Ouders.

Tegen 23 uur belt Silke’s vader. Ongerust. Ze is nog niet aangekomen in Krefeld. Is ze wel vertrokken? Of heeft ze bijgeboekt? Heeft ze de half één boot wel genomen?

Ik wist het zeker.

Gerucht.

De volgende dag gonst het eiland. Er schijnt iemand overboord te zijn gesprongen vanaf de veerboot. Vrouwenkleding op het bovendek. Passagiers die, zo blijkt achteraf, vaag wat mee hebben gekregen van iets wat in het water dreef.

Onrust.

Poging.

Haar vader belt de volgende dag. Het was niet Silke’s eerste poging. De ouders voelden zich al jaren machteloos, bang.

Het was goed zo. Hun troost was dat Silke haar laatste dagen doorgebracht heeft op de plek waar ze het liefste was: Terschelling.

Kamer 14 was leeg tijdens de Kerst.

Posted in: Van alles