Bedankt en tot zienssss …

Posted on 20 november 2011

1



Aanleiding:

Ik kom uit een Horeca-familie. Het vak is mij met de paplepel ingegoten. Ben daardoor destijds in die branche terecht gekomen. Hoewel ik er nu niet meer actief in opereer raak ik m’n interesse niet kwijt.

Ik heb er de irritante eigenschap aan overgehouden dat ik altijd door een beroepsmatige bril naar deze bedrijfstak kijk. Het maakt niet uit of ik ergens een kop koffie drink, borrel, lunch, ontbijt, slaap, dineer. Ik analyseer, beoordeel, kijk naar de routing, het assortiment, productmix, apparatuur, stijl van leidinggeven, de inrichting, kortom naar alles en méér.

Zit gewoon in m’n bloed. Sorry. Het is een afwijking. Vaak irritant voor mijn tafelgenoten. Altijd commentaar, gezeur, blikken, gegluur, opmerkingen: “als deze tent van mij was dan ……”

Het is dus echt niet leuk om met mij in een horecabedrijf te zijn. Misschien moet ik me er nog eens aan laten helpen ….

*-

Lounge jij of lounge ik?

Ik zal het discreet aanpakken: een héle grote stad. Een plein, genoemd naar Nederlands beroemdste schilder. Gezelligheid troef. Een bekende discotheek heeft ook een restaurant & lounge-café, wie wil er niet heen ontsnappen? Place to be! Onze stijl! Ok, let’s go!

En toen.

Naar binnen. Trendy mensen lopen in en uit. Er staat een paard in de gang……. Lampenkap op het hoofd, leuk gevonden! Paarden zijn edele dieren. Dit welkom belooft veel goeds. De tent is voor een kwart gevuld, dus voor drie kwart leeg. Bediening genoeg. Leuke jongens, frisse meiden. Voelt goed, prima tent. We zoeken een tafel. Voor het raam. Leuk voor ons toeristen toch?

Druk druk druk ….

Even verder zit een “twéétje“, daarnaast nog één en pal achter ons een groepje van een man of acht. Drie a vier bedieningsmeisjes én jongens lopen rond. Ze stralen niet echt lol uit. Keuren ons echt geen blik waardig. (Ik weet ‘t! Ben de knapste niet! Maar dit is overdreven!).

Ze brengen bestellingen naar de ons omringende tafels en lopen weer weg. “Een schip vaart toch nooit zonder lading?”. En wij dan? Iedereen om ons heen is bediend. Zijn wij nu aan de beurt? Op het terras zitten nieuwe mensen. Bitterballetje, biertje, prossecco, wijntje. Proost! Zij wel …..

Rustig aan.

Ik kijk om me heen. Wat zit er nu eigenlijk? Pakweg 20 personen binnen. Een man of 30 op het terras. Genoeg mensen in de bediening. Waar hebben we het over? …….. We zitten hier ruim 10 minuten. Nog niemand geweest.

“Wat vind jij? Ik ben er klaar mee, weg hier!” We staan op, trekken onze jassen aan. En lopen naar het paard met de lampenkap bij de (nu) uitgang. Een lief uitziend bedieningsmeisje loopt ons tegemoet. Ik denk: “ze biedt excuses aan, vraagt of we weer gaan zitten …..”. Stom van me! Naiëve toerist. Grijze muis. Fout! Ze glimlacht onweerstaanbaar en zegt: “bedankt en tot zienssss!…..”. Pffffff …… Laat maar. Weet zij veel …..

Recalcitrant.

Uit pure ballorigheid lopen we aan de andere kant van het plein een beetje obscuur uitziende tent binnen. Bruin. Beetje vervallen. Een dappere poging om een Zuid-Amerikaanse schwung te benaderen. Helaas niet gelukt. Zelfs de gasten zien er een beetje zielig uit……

Maar dan.

Een dame loopt op ons af. Spreekt ons aan, sympathiek. Hier voelen we ons welkom, écht welkom. Vreemd contrast eigenlijk. Ze brengt ons naar een tafeltje. Beetje gammele stoelen, waar wel comfortabel. We gaan zitten. Vlakbij de open keuken. Ook de koks hebben er duidelijk lol in. Maken zelfs contact met ons. Het ruikt lekker hier. Eigenlijk wel een beetje logisch want de afzuigkap heeft duidelijk z’n beste tijd gehad. Geldt ook voor de keukenapparatuur; niet echt “state of the art”. Maar dat heeft ook weer z’n charme op de één of andere manier. Maakt niet uit. Een drankje wordt gebracht, ook de menukaart. Praatje. Warme sfeer.

De kaart.

Het assortiment is niet wereldschokkend. Geen blabla. Gewoon duidelijk. We kiezen voor spiezen, maiskolven, gepofte aardappelen, frites. Lekker normaal, zonder pretenties. Als de bestelling is opgenomen verschijnt, ongevraagd, een heerlijk mandje warm vers afgebakken knoflookbrood. Koud biertje, koel droog wit wijntje. Wat heb je nog meer nodig? Zo kan het ook dus.

Gewoon.

Het diner wordt vlot geserveerd. Geen wereldschokkende gerechten maar wel smakelijk en vers. Prima gegrilld, met liefde bereid. Geen kapsones maar gewoon goed. Echte belangstelling of het smaakt, relaxte bediening, onopvallend aanwezig.

Het is zo simpel.

Horeca heeft niets te maken met kapsones en uiterlijke schijn. Er zijn een paar ogenschijnlijk logische stappen te nemen:

1.

Zorg ervoor dat je gasten het gevoel krijgen dat jij het leuk vindt dat zij voor jouw bedrijf kiezen. Dit geldt voor ieder bedrijfstype: van hotel tot snackbar, van sterrenrestaurant tot bruin café. Menselijke warmte, écht contact, gastvrijheid, daar gaat het om.

2.

Gebruik goede spullen. Waarborg kwaliteit. Zorg ervoor dat uitstraling en je assortiment met elkaar matchen en je voldoet aan de tweede grondvoorwaarde. Ook dit geldt voor ieder horecatype. Een hotel moet goede bedden hebben, een restaurant goede grondstoffen en ga zo maar door.

3.

Originaliteit, een eigen stijl, lef, conceptuele vernieuwing, kortom FRATSEN kunnen vervolgens een aanvullende rol spelen. Mits goed uitgevoerd en passend in het totaalplaatje.

Maar …

Als aan voorwaarde 1 & 2 niet wordt voldaan mist er iets en komt stap 3 beslist niet tot z’n recht. Sterker nog: dan wordt de tent een karikatuur van zichzelf. Je kent die bedrijven wel. Leuk geprobeerd maar er klopt iets niet.

Eigenlijk is het heel simpel: eerst een goede basis en dan de rest invullen. En: de hardware (ruimte, concept, pand, inrichting etc.) moet in evenwicht zijn met de software (de menselijke benadering).

Genoeg gekletst.

Ik ga nu! Een nieuwe hippe zaak hier om de hoek. Schijnt er fantastisch uit te zien en er komen leuke mensen hoorde ik ………… !

-*-

-*-

Tip!
Leerzaam boek: Maak een fan van een klant (incl. 2 CD’s)

Posted in: Horeca